Over de titel en de eerste zin van Nieuw-Atlantis

© Thomas Heij 2018

Dit artikel schreef ik voor de vertalersrubriek op Athenaeum.nl.
Thomas Heij

New Atlantis is een beroemd utopisch verhaal van wetenschapsvernieuwer en politicus Francis Bacon. Het gaat over een reisgenootschap dat verdwaalt in een storm op de Stille Oceaan en belandt op een onbekend eiland: Benzalem. Daar treffen ze een samenleving met religieuze tolerantie en een hoogontwikkelde wetenschap, een voorbeeld voor Europa.

De titel is in de vorige Nederlandse vertaling vertaald als Het Nieuwe Atlantis. Die is op zich niet verkeerd, maar kijken we naar de tijd waarin Bacon het schreef, dan kan het ook anders. Bacon werkte aan het verhaal tot aan het eind van zijn leven in 1626. Ondanks dat hij de tekst niet wist te voltooien, werd deze toch een jaar na zijn overlijden gepubliceerd. In die tijd ontdekten en veroverden de zeevarende naties van Europa verschillende overzeese gebieden, waar nieuwe steden en handelscentra werden opgebouwd. Zo werd in 1625 Nieuw-Amsterdam (nu New York) gesticht, als hoofdstad van de provincie Nieuw-Nederland (nu het noordoosten van de VS). Even verderop lagen ook Nieuw-Haarlem, Nieuw-Utrecht en Nieuw-Amersfoort. Het mag duidelijk zijn: evenredig aan al deze namen van werkelijk bestaande plaatsen, moet ‘New Atlantis’ vertaald worden als Nieuw – koppelteken – Atlantis.

Daar dacht een zekere J. Williaemson in 1656 heel anders over. Hij maakte de allereerste Nederlandse vertaling en koos als titel Nieuwen atlas, ofte Beschrijvinge van het noyt meer gevonden eylandt van Bensalem. Die titel lijkt op de titel die kaartenmaker Johannes Janssonius aan zijn wereldatlas gaf, voluit: Nieuwen atlas, ofte werelts-beschrijvinge, vertonende de voornaemste rijcken ende landen des gheheelen aerdt-bodems: vermeerdert met veele schoone landt-kaerten nieuwelijks uyt-ghegeven, en vervat in drie deelen. Maar Nieuw-Atlantis is helemaal geen atlas – hoogstens figuurlijk.

 

Aan de rand van de bekende wereld

Niet alleen de titel, maar ook de beginzinnen van Nieuw-Atlantis brengen je als lezer naar de tijd en sfeer van de ontdekkingsreizen. We bevinden ons aan de rand van de bekende wereld, er staat een gunstige wind, er is genoeg proviand om de oceaan over te steken; alles is gereed om een nieuwe wereld te ontdekken:

We sailed from Peru, (where we had continued by the space of one whole year), for China and Japan, by the South Sea; taking with us victuals for twelve months; and had good winds from the east, though soft and weak, for five months' space and more.

We zeilden vanuit Peru, waar we een heel jaar waren gebleven, over de Zuidzee richting China en Japan, met proviand voor twaalf maanden bij ons. Er stond langer dan vijf maanden een wat zachte en zwakke maar gunstige oostenwind.

Omwille van de leesbaarheid heb ik de interpunctie van Bacon aangepast naar de gangbare hedendaagse Nederlandse normen en hier en daar de zin opgesplitst.

Ook hier kiest Williaemson voor iets anders. Hij hakt de zin in drieën en schroomt niet om nog meer woorden te gebruiken. In gotische letters lezen we bij hem de volgende zinnen:

Na dat wy ontrent een geheel jaer op de kust van Peru, hadden liggen sukkelen wierden wy voornemens om na China en Japon, door de Zuyt-zee over te schepen. Wy namen alle nootlijkheden sa van eet-waren als andesints voor eenige maenden met ons. Toen wy van alles wel voorzien waren begaven wy ons in Zee en kregen den Windt uyt het Oosten doch heel stil en kalm omtrent vijf maenden na malkand’ren.

Toegegeven, een secuurdere vertaler uit diezelfde tijd had er waarschijnlijk wat anders van gemaakt, maar wat een verschil tussen het Engels en het Nederlands! Als we tegenwoordig het origineel van Bacon lezen, komt dat bij lange na niet zo verouderd over als het Nederlands van Williaemson.

Een tocht van Peru richting China was uiteraard bepaald niet zonder gevaren. Als je de eerste zin leest, voel je het al aankomen: die proviand gaat op en die wind gaat ongunstig draaien. Maar er was destijds nog een extra gevaar – ervan uitgaand dat het reisgezelschap in Nieuw-Atlantis Engels is. Engeland was namelijk in oorlog met Spanje, dat heerste over Peru. Hoe mooi Williaemson het ook heeft verzonnen, van ‘sukkelen’ lijkt me in ieder geval geen sprake.

 

Verborgen betekenissen

Ook al was zijn eigen land in oorlog met Spanje, Bacon lijkt met de openingszinnen van Nieuw-Atlantis te verwijzen naar de reis van Álvaro de Mendaña de Neira, nota bene een Spanjaard. Mendaña vertrok eveneens vanuit Peru en zette als eerste Europeaan voet aan wal op de Salomonseilanden. Hij koos die naam, die verwijst naar de rijke Bijbelse koning Salomo, vanwege de rijkdom die hij verwachtte op de eilanden aan te treffen (onterecht, zo bleek).

Gezien het genoemde tijdsbestek en de vaarrichting zou het eiland waarop het reisgenootschap van Nieuw-Atlantis strandt ergens in de buurt van de Salomonseilanden kunnen liggen. Salomo werd bewonderd door Bacon en komt ook ter sprake in de tekst. Ik denk dus dat Bacon hier een subtiele kritiek leverde op de oorlog tussen Engeland en Spanje. Beide naties werden verbonden door het christelijk geloof en christelijke landen zouden onderling geen oorlog moeten voeren.

Waarschijnlijk zit er nog een andere verwijzing in het begin van Nieuw-Atlantis. Het zijn ogenschijnlijk doorsneezinnen uit zeemansverhalen, maar ze vertonen veel gelijkenissen met enkele zinnen uit Ware verhalen van Lucianus. Net als in Nieuw-Atlantis zeilt er in Ware verhalen een groep reizigers uit Europa, langs de ‘Zuilen van Hercules,’ de rotsformaties bij de Straat van Gibraltar. Ze zijn op weg om het Tegencontintent te ontdekken, maar ook deze reizigers verdwalen in een storm op de oceaan, om vervolgens op een onbekend en bosrijk eiland te belanden.

Beide auteurs gebruiken topoi uit de reisliteratuur, maar waar bij Lucianus de boel uit de hand loopt – zijn personages verblijven zelfs even op de maan – blijft Bacon juist heel serieus. En terwijl Lucianus fictie gebruikt om beroemde denkers en hun filosofieën te bespotten, zette Bacon fictie in om zijn eigen wetenschappelijke en maatschappelijke ideeën onder de aandacht te brengen.

Wat op het eerste gezicht een doodgewoon begin is, blijkt bij nadere beschouwing dus een aantal zinnen vol verwijzingen en verborgen betekenissen. Dat geldt eigenlijk voor de gehele tekst van Nieuw-Atlantis. Daarom zijn we er nu, eeuwen later, nog steeds niet over uitgepraat.

© Thomas Heij 2018